Doorgaan naar hoofdcontent

Boekbespreking: Poppy Shakespeare


Zoals ik al eerder schreef vond ik op 1 januari een zwerfboek. Zomaar tijdens een nieuwjaarswandeling op een bankje aan de rand van een woonwijk dat uitkeek op een weiland: Poppy Shakespeare van Clare Allan.

Ik heb het boek inmiddels gelezen. Ik had stiekem al gekeken naar de recensies. Daardoor was ik gewaarschuwd voor het aparte taalgebruik: het boek is in spreektaal geschreven. Dat geeft een bepaalde sfeer, maar zeker in het begin vond ik het erg irritant. Maar het wende.

N., de vertellende ik-persoon, beschrijft het Abaddon, de psychiatrische inrichting waar zij dagbehandeling volgt. Het gebouw heeft vele verdiepingen en hoe hoger je komt, hoe erger het met je gesteld is. De dagbehandeling is op de eerste verdieping.

Dan wordt aan N. gevraagd een nieuwe patiënte rond te leiden: Poppy Shakespeare.
De vrouw stond met haar armen over mekaar op één been geleund. Ze droeg een zwart pakje, een wit kanten blouse, zwarte kousen en slangenleren schoenen met hoge hakken. Misschien is ze helemaal geen verpleegster, dacht ik. Misschien is ze een staflid. Ik had nog nooit een staflid ontmoet, maar ik neem aan dat ze er ongeveer zo uit zagen.

'Je begrijpt het niet', zei de verpleger. (...) Dit ís de patiënte. Ik kom haar afleveren.' (p. 61)
De nieuwe patiënte probeert uit te leggen dat ze niet ziek is, dat ze per ongeluk is opgenomen. Maar N. waarschuwt haar zulke dingen vooral niet hardop te zeggen. Daarvoor kunnen ze je tenslotte ontslaan!

Vanuit dat thema gaat het verhaal verder: om te bewijzen dat ze niet gek is, heeft Poppy een advocaat nodig en om die te betalen, moet Poppy eerst een uitkering aanvragen. Maar dat kan alleen als ze gek is verklaard.

Er ontwikkelt zich een vriendschap tussen Poppy en N., waarvan ik het eind niet zal verklappen. Toch? Misschien gaat iemand het nog lezen, misschien vindt iemand het als ik het weer te vondeling leg. Of misschien geef ik het wel aan iemand (laat het me weten als je het wilt lezen).

Want ik vind het zeker een lezenswaardig boek, waarin met veel humor gesproken wordt over een zwaar onderwerp. Voor sommigen zal het niet serieus genoeg zijn maar ik vind juist dat ze heel goed het fenomeen 'psychiatrische inrichting' neerzet. En de zwaarte kon je erdoorheen ook echt wel voelen.

Verder leest het makkelijk, als je na een bladzijde of 100 aan het taalgebruik gewend bent.

'Poppy?' zei ik, omdat ik het móest zeggen. Anders is het of je een blinde onder een bus ziet lopen en geen poot uitsteekt. 'Wat je net zei, hè, over dat je dacht dat je niet gek was...'

'Ja,' zei ze, 'wat is daarmee?'

 'Nou, daar zou ik niks van tegen hun zeggen,' zei ik tegen haar. 'Nu nog niet, ik bedoel, begrijp me niet verkeerd. Ik bedoel er niks mee. Maar de dokters hier... je weet het gewoon niet. Ze kunnen besluiten om het tegen je te gebruiken. (p. 67)

Reacties

  1. Hmm, ik ben een beetje vastgeroest in een bepaald genre. Aan de kaft van het boek zou ik het persoonlijk ook nooit uitgezocht hebben, maar het klinkt wel als een heel interessant boek. Ik ga hem toch onthouden denk ik.

    BeantwoordenVerwijderen
    Reacties
    1. Ja, dat vind ik het grappige van zo'n boek vinden, je leest eens iets heel anders dan je gewend bent.

      Verwijderen
  2. Ik ben een boekennerd. Misschien dat ik deze ook ga zoeken, ook al lees ik het niet uit. Ben wat dat betreft ook echt een genre sbnob. Maar goed in het nieuwe jaar probeer ik ook nieuwe dingen, dus wie weet.

    BeantwoordenVerwijderen
    Reacties
    1. Ja, deze is qua schrijfstijl wel vrij uniek, dus als je wat nieuws wilt...

      Verwijderen
  3. Ik lees het beslist niet.
    De reden daarvan is dat ik genoeg heb aan mijn eigen psychotische verleden.
    Ik keek vanmiddag op videoland de serie CMC, waarin een patiënt in een psychose de ziekenhuis directrice neerstak.
    Ik herkende er zoveel in, dat ik een half uur gehuild heb.

    Natuurlijk is dat het begin van het verwerkingsproces dat mij nog te wachten staat, na achttien jaar bipolair geweest te zijn.
    Nu "genezen" dankzij de CBD-wietolie.

    BeantwoordenVerwijderen
    Reacties
    1. Die serie, CMC, ken ik niet. Kan me voorstellen dat je het onderwerp mijdt omdat het te dichtbij komt. Maar uit dit boek spreekt juist hoop vind ik. Het neemt het systeem een beetje op de hak.

      Verwijderen
    2. Ach Jascha, van de meer dan 40 hulpverleners die ik heb ervaren in deze tijd van ellende, waren er 3 goed. Ooit heeft een vrouwelijke psychologisch verpleegkundige mij trachtte te verleiden. En in al mijn gekte, heb ik haar toch nog weten te weerstaan.

      Verwijderen
    3. Pfff, Jan! Ik ben blij dat het inmiddels een stuk beter met je gaat!

      Verwijderen
  4. Ik ben echt een boer wat betreft boeken. Wat de boer niet kent, eet hij niet. Ik lees altijd van dezelfde auteurs en als ik dan een keer afwijk dan kies ik puur op kaft. Zou dit boek zelf nooit uit de kast getrokken hebben, maar het klinkt wel als een interessant boek.

    BeantwoordenVerwijderen
    Reacties
    1. Ik zou het ook nooit uit de kast getrokken hebben! Maar ben toch blij dat ik het gelezen heb.

      Verwijderen
  5. Grappig om te lezen dat mensen het niet zouden uitkiezen aan de hand van de kaft. Ik vind 'm juist heel aansprekend. Op dit moment heb ik nog genoeg boeken op m'n lijstje staan, maar hij klinkt heel interessant.

    BeantwoordenVerwijderen
  6. Wat leuk dat je dit boek gewoon hebt gevonden als zwerfboek. Het klinkt zeker de moeite waard als ik je review zo lees.

    BeantwoordenVerwijderen
  7. Als ik naar de kaft kijk denk ik.. hmm, lijkt me wel wat. Ik lees niet zoveel maar ik heb deze wel even opgeschreven

    BeantwoordenVerwijderen
  8. Ziet er een interessant boek uit. Ik denk niet direct iets voor mij maar zeg nooit nooit.

    BeantwoordenVerwijderen
  9. Klinkt als een leuk boek! En wat leuk dat je een zwerfboek gevonden hebt! Die ben ik ook wel eens tegengekomen in de trein!

    BeantwoordenVerwijderen
  10. O wat leuk! Ja er zwerven honderden boeken, dat zag ik op de site, maar je moet er maar net één tegenkomen!

    BeantwoordenVerwijderen

Een reactie posten

Laat hier je reactie achter

Populair

Nest van een merel in de achtertuin, jonge vogels?

Een paar weken geleden kwam er een merel in onze tuin. Ze was druk bezig, blijkbaar met het bouwen van een nest. Gezellig. We hielden haar in de gaten om te kijken waar ze heen ging. Een kleine twee meter verderop, op een omgekeerde plantenschaal, was ze een nestje aan het bouwen!


Na een paar dagen zagen we haar niet meer. Het zou jammer zijn als ze weg was! Maar na een week was ze er weer. En ging op het nest zitten.
We lieten haar natuurlijk met rust, maar ik keek altijd even in het voorbijgaan in het nest. Ik bedoel, het zat pal naast de garagedeur, daar moest ik toch dagelijks langs! Bovendien heeft ze toch zelf dit plekje uitgezocht.

Tijdens het bouwen van het nest is er even een mannetje in beeld geweest, maar die heeft zich verder niet laten zien.


Inderdaad verschenen er eieren in het nest. Lichtblauwe, vier stuks.


Na een week kwamen de kuikentjes uit het ei, o wat een kleine bolletjes, net zo klein als de eitjes! Meteen was de merel vaker weg, om eten te zoeken.

Op een middag …

Waar een deur dichtgaat, gaat een raam open

Het is grappig hoe dingen kunnen gaan. Tenminste, als je er later de grap van inziet. Tegeltjeswijsheden zijn een soort kapstok waaraan je vanalles kunt ophangen. Maar het kunnen ook dooddoeners zijn. Zo is er deze 'wijsheid' die ik de laatste tijd vaak in de kerk heb gehoord: Als er een deur sluit in je leven, zet God vaak een raam open. 

Ik heb zelf geen hele diepe gevoelens bij deze tekst. Hij werd bij ons thuis niet gebezigd. Niet zeuren, wij doen niet aan dichte deuren, zou voor mijn ouders een toepasselijker spreuk geweest zijn. Toch kwamen, na dat open-deur-beleid van de jaren '70, bij hen óók diverse sloten, dievenklauwen en ander hang- en sluitwerk aan deuren én aan ramen.

Heel toepasselijk is in dit licht de enige tegeltjeswijsheid die wél daadwerkelijk bij ons op een tegel aan de muur hing:

De mens wikt, God beschikt.
Deze tegel hing er overigens niet om de spreuk, maar om het mooie tegeltje en ook een beetje om de ironie jegens de God waarin mijn ouders zeiden…