Doorgaan naar hoofdcontent

De regenjas

Jas aan kapstok.
Een lege plek naast de winterjas!

Dinsdagochtend kwart over zeven. Bud laat me een buienradar op zijn schermpje zien. Met een enorme piek, nét als hij moet fietsen. ‘O jee’, zeg ik. ‘Arme kindertjes zouden graag een regenjas willen hebben, en jij hebt er één en je draagt hem niet’. Ik denk aan de regenjas die al een jaar – of zijn het er twee? – ongedragen aan de kapstok hangt. Op de groei gekocht.

Bud heeft 1x in zijn leven regenkleding aangehad. Een regenbroek. Die is hij op school vergeten en we hebben hem nooit meer teruggevonden.

Dit vraagt om een creatieve aanpak. Met de regenjas voor ogen, die daar eenzaam aan de kapstok hangt, krijg ik een plan. Ik vertel het verhaal van de regenjas.

'De regenjas is verdrietig. Wat heeft hij verkeerd gedaan? Hij heeft geen knoopjes*. Hij is zwart. Oké, en een beetje grijs. En hij hangt al een jaar ongedragen aan de kapstok.'

Bud zijn ogen glimmen. ‘Ga door!’, zegt hij.
Ik doe er nog een schepje bovenop.

‘Ik zal voor je opkomen! Ik zal je beschermen tegen de regen!’ Ik maak een paar boksbewegingen die wel geïnspireerd lijken door Mohammed Ali. ‘Kom maar op, regen!’, roep ik.

‘Wat nou als die jas tóch, ehm, tja…’, twijfelt Bud.

‘Dan doe je hem uit en dan stop je hem onder je snelbinders, bovenop je tas.’

‘Dan probeer ik het toch maar’, zegt hij voorzichtig en doet de jas aan.

‘Wat vind jij er eigenlijk van, mam?’

‘Zo’n beetje hetzelfde als de jas’, zeg ik. Eigenlijk durf ik niets te zeggen. Ik hou mijn adem in. Bud heeft de regenjas aan. En daar heb ik geen woorden voor.

‘Wat nu als hij lekt?’

‘Dat doet hij niet want het is een échte regenjas.’

Dan knuffel ik de regenjas en zwaai hem uit.

De jas wordt, zoals voorspeld, tien minuten later flink op de proef gesteld. Om de jas maak ik me echter geen zorgen maar ik denk aan Bud’s onbedekte hoofd. Twee capuchons heeft hij, maar niet één óp, en hij heeft ook geen regenbroek.

Maar dat is voor een volgende keer.


*Bud houdt niet van knoopjes en alle kleding moet zwart zijn. Autisme gaat vaak gepaard met een overgevoeligheid van de zintuigen. Licht, geluid, aanraking.

Dit verhaal heb ik vorig jaar geschreven. Binnenkort komt er een verhaal van de nieuwe broek.

Reacties

  1. Leuk dat je het met zo'n verhaaltje toch voor elkaar krijgt!

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Zeker! Ik ben blij dat de jas ook vandaag weer aan mocht!

    BeantwoordenVerwijderen
  3. Reacties
    1. Ach tja. Ik heb ook een zwarte periode gehad. 'k Lig er verder maar niet wakker van. 🕶

      Verwijderen

Een reactie posten

Laat hier je reactie achter

Populaire posts van deze blog

Waar een deur dichtgaat, gaat een raam open

Het is grappig hoe dingen kunnen gaan. Tenminste, als je er later de grap van inziet. Tegeltjeswijsheden zijn een soort kapstok waaraan je vanalles kunt ophangen. Maar het kunnen ook dooddoeners zijn. Zo is er deze 'wijsheid' die ik de laatste tijd vaak in de kerk heb gehoord: Als er een deur sluit in je leven, zet God vaak een raam open. 

Ik heb zelf geen hele diepe gevoelens bij deze tekst. Hij werd bij ons thuis niet gebezigd. Niet zeuren, wij doen niet aan dichte deuren, zou voor mijn ouders een toepasselijker spreuk geweest zijn. Toch kwamen, na dat open-deur-beleid van de jaren '70, bij hen óók diverse sloten, dievenklauwen en ander hang- en sluitwerk aan deuren én aan ramen.

Heel toepasselijk is in dit licht de enige tegeltjeswijsheid die wél daadwerkelijk bij ons op een tegel aan de muur hing:

De mens wikt, God beschikt.
Deze tegel hing er overigens niet om de spreuk, maar om het mooie tegeltje en ook een beetje om de ironie jegens de God waarin mijn ouders zeiden…

Kleding kopen met autisme

Er is een tijd geweest dat ik bergen schattige baby- en peuterkleertjes had. Die tijd is voorbij. Ergens tijdens de basisschooljaren kreeg zoonlief Bud zo langzaamaan een eigen mening over zijn kleding.

Het begon ermee dat Bud, al op jonge leeftijd, knoopjes ging haten. Hij wilde geen overhemden, en toen hij op een leeftijd kwam waarop broeken geen elastiek meer hebben, toen vonden we de oplossing door een stukje stof over de knoop te naaien. We...? Ik dus.

Vanaf een jaar of twaalf, dertien moesten de kleuren eraan geloven. Alles moest zwart zijn.

Jarenlang waren we bij H&M geslaagd: die hadden een model broek dat, in een steeds grotere maat, jaren meeging.. Het was geen spijkerbroek, geen joggingbroek maar een gewone bróék. Ze hadden hem in geel, rood, groen en blauw. Via grijs en bruin kwam de overgang naar zwart. Gelukkig hadden ze diezelfde broek óók in het zwart.

Totdat meneer mij voorbij streefde qua lengte. Maatje 176 werd te kort.

Daar kwamen wij achter in september, toen…