Doorgaan naar hoofdcontent

Boek: Hold On to Your Kids (Laat je kind niet los) deel 2

Kaft boek Hold on to Your Kids (Laat je kind niet los).

Ouderschap is ooit ontworpen om, net als de luxe voertuigen van vandaag, automatisch bekrachtigd te zijn. Als de elektriciteit uitvalt is het moeilijk in zo'n auto te rijden. Met het ouderschap van vandaag is ook zoiets aan de hand. Het probleem is niet dat ouders niet goed toegerust zijn, of dat er van alles mis is met de kinderen, maar dat ouderschap, dat toch eigenlijk heel natuurlijk is, niet meer bekrachtigd wordt in onze samenleving.

Vandaag verder met het boek Hold On to Your Kids/Laat je kind niet los. Klik hier voor deel 1.

Hoe horizontale hechting ouderschap ondermijnt

(horizontale oriëntatie is de primaire hechting aan leeftijdgenootjes ipv aan ouders en andere volwassenen)

Hechting en afhankelijkheid

Kinderen zijn afhankelijk. Als ze ons niet nodig hadden, hoefden we geen ouders voor ze te zijn.

Maar de afhankelijkheid van een kind kan zich ook op anderen richten. Dat is nuttig, bijvoorbeeld in het geval van adoptie. Maar als de afhankelijkheid zich richt op leeftijdgenootjes, dan ontstaan er problemen. Want ouderschap heeft een afhankelijkheidsrelatie nodig.

Ouderschap is namelijk vooral een relatie, niet een vaardigheid die verworven moet worden.

7 manieren waarop hechting het ouderschap ondersteunt

  1. Hechting geeft een hiërarchische ordening: de ouder als verzorger en het kind als afhankelijke;
  2. Hechting wakkert het ouderlijk instinct aan. Je moet wel heel hard zijn wil je niet smelten van de blik, de glimlach en de uitgestrekte armen van een kind. Deze aantrekkelijkheid verhoogt de ouderlijke tolerantie. Omgekeerd is het als ouder een stuk moeilijker de zware kanten van het ouderschap te dragen als de afhankelijkheidsband en daarmee veel van de warmte in de relatie verdwijnt.
  3. Hechting bepaalt op wie een kind gericht is;
  4. Hechting houdt het kind in de buurt van de ouder, zoals je bijvoorbeeld in de natuur bij een eend met jonge eendjes ziet.
  5. Hechting maakt een rolmodel van de ouders. Dit maakt het onbewust leren makkelijker, zoals het aanleren van woorden. Stel je voor dat je je kind elk woord bewust moest aanleren.
  6. Door hechting wil het kind de ouder blij maken. Als een kind zich hecht aan leeftijdgenootjes, verplaatst die behoefte en richt zich op de leeftijdgenootjes.

Tegenwil

Tegenwil is de instinctieve, automatische weerstand tegen het gevoel tot iets gedwongen te worden. Dit is natuurlijk en heeft zelfstandigheid als doel. Maar als het zich richt op het zich schikken naar leeftijdgenootjes, dan is het niet meer gericht op de ontwikkeling naar zelfstandigheid.

Uit hechting volgt een natuurlijke gehoorzaamheid. Bij gebrek daaraan nemen ouders soms hun toevlucht tot omkoperij (als je nu de tafel dekt krijg je een lekker toetje). Eigenlijk is dat een vorm van manipulatie. En dat roept een tegenreactie op.

Een experiment: een eerste groep kinderen kreeg een beloning in het vooruitzicht als ze met viltstiften speelden. In een tweede groep werd niets beloofd, maar de kinderen kregen wel een beloning. In een derde groep werd niets gezegd en ze kregen ook geen beloning.

Na twee weken was de follow-up. De kinderen uit de eerste groep bleken veel minder met de stiften te gaan spelen dan de andere twee groepen. Het tegenwil-instinct zorgde dat het gebruik van druk het tegendeel van het beoogde veroorzaakte.

Cultuur

Een MTV omroeper zei eens: ‘kinderen in de westerse samenleving lijken meer op elkaar dan hun ouders en grootouders ooit deden’. Normaal krijgen kinderen de cultuur van hun ouders mee. Tegenwoordig leren ze alleen de cultuur die bij hun leeftijdsgroep hoort. Maar de groep staat los van oudere generaties, en dat was eerder niet het geval. Maar waar de Woodstock generatie nog om vrede en broederschap gaf, gaat het tegenwoordig om niet meer dan stijl, ego en geld. Veel kinderen krijgen niets meer mee van tijdloze creaties als de Bhagavad Gita, Shakespeare, de muziek van Beethoven of Mahler of een goed Bijbelvertaling. Ze kennen alleen wat nú gangbaar is.

Hoe horizontale hechting de groei naar volwassenheid ondermijnt

De auteur vergelijkt het gedrag van kinderen op scholen met het gedrag van jongeren in jeugdgevangenissen. De kinderen lijken onkwetsbaar en zeggen: 'het maakt niet uit', 'het kan me niet schelen', 'whatever'. Eenzelfde soort verharding dat je ook bij bendeleden en straatkinderen vindt.

Hoe komt dat?
  1. Ze verliezen de natuurlijke bescherming die ze hadden door het vertrouwen in hun ouders;
  2. Ze worden afhankelijk van kinderen die vaak ongevoelige reacties geven;
  3. Uitingen van kwetsbaarheid worden belachelijk gemaakt door leeftijdgenootjes;
  4. Leeftijdgenoten kunnen elkaar geen onvoorwaardelijke liefde geven zoals ouders dat doen.
Hierdoor ontstaat zo'n overweldigend gevoel van onzekerheid, dat de kinderen zich afsluiten, emotioneel bevriezen en onkwetsbaar lijken. Dit gebeurt ook in een onzekere relatie met een ouder. Als we onze kinderen niet dicht bij ons houden, verliezen ze uiteindelijk het vermogen hun diepste zelf te zijn.

Onvolwassenheid

Volwassen worden betekent het overzien van verschillende gevoelens en impulsen en het kunnen integreren. Temperen met een Romeins woord.

Het proces van volwassen worden gebeurt in verschillende stappen. Net als bij een embryo waar eerst verschillende cellen worden gevormd die daarna integreren. Zo moet een kind eerst een uniek individu worden. Pas daarna kan hij met anderen omgaan zonder zichzelf te verliezen. Dit proces is al geïnstalleerd zoals een computerprogramma, maar het moet geactiveerd worden.

De basis van dit proces is gehechtheid. Een plant moet zich eerst met zijn wortels vasthechten voordat hij kan groeien. Om een kind de gelegenheid te geven een zelfstandige volwassen te worden, moet het zich veilig kunnen hechten. Een paradox.

Vijf manieren waarop horizontale hechting dit proces in de weg staat: 

  1. Ouderlijke liefde en zorg dringt er niet doorheen;
  2. Onzekere contacten met leeftijdgenootjes brengen geen rust en zekerheid. Juist als een kind zich veilig gehecht voelt aan zijn ouders kan hij vrijelijk contacten met leeftijdgenootjes aangaan;
  3. Het gevoel van veiligheid moet 'inzinken'. Dit kan niet bij kinderen die zich afsluiten voor diepere gevoelens.
  4. Het besef van zinloosheid en leren loslaten. Het eerste wat we doen bij frustratie, is proberen de situatie te veranderen. Maar in veel situaties kan dat niet. Een gezonde reactie is, zich verdrietig voelen en loslaten. Maar daar is kwetsbaarheid voor nodig, wat een horizontaal gehechte kind juist heeft afgeleerd. Frustratie kan daardoor niet losgelaten worden en zet door  in agressie.
  5. De vorming tot individu, de individuatie, wordt belemmerd. Individualisme, het vooropstellen van de eigen rechten en interesses, wordt juist bekrachtigd. Horizontaal gehechte kinderen vinden volwassen wordende kinderen vaak raar. Individualiteit staat haaks op het gehecht zijn aan leeftijdgenootjes. 

Wat ik er van vind:


De onderverdelingen vind ik wat kunstmatig. In het boek wordt het allemaal nog veel uitgebreider omschreven. Ik vind dat het boek wel wat minder uitgebreid had gemogen. Het belangrijkste blijft, ziet het kind de ouder (of andere volwassene) als voorbeeld, als rolmodel, of niet? Zo ja, dan vindt een hoop van het leren vanzelf plaats. Zo nee, dan wordt het leren bemoeilijkt, omdat leeftijdsgenootjes nou eenmaal geen volwassen voorbeeld zijn.

Ik heb de indruk dat we het tegenwoordig heel normaal vinden dat kinderen zich al heel jong op leeftijdgenootjes richten. Geen voorbeeld nemen aan volwassenen maar aan elkaar. Ik herken mijn eigen generatie in dit verhaal. Ik hoop op tips in de laatste hoofdstukken.

Verder naar deel 3

Reacties

Populaire berichten van deze blog

Waar een deur dichtgaat, gaat een raam open

Het is grappig hoe dingen kunnen gaan. Tenminste, als je er later de grap van inziet. Tegeltjeswijsheden zijn een soort kapstok waaraan je vanalles kunt ophangen. Maar het kunnen ook dooddoeners zijn. Zo is er deze 'wijsheid' die ik de laatste tijd vaak in de kerk heb gehoord: Als er een deur sluit in je leven, zet God vaak een raam open. 

Ik heb zelf geen hele diepe gevoelens bij deze tekst. Hij werd bij ons thuis niet gebezigd. Niet zeuren, wij doen niet aan dichte deuren, zou voor mijn ouders een toepasselijker spreuk geweest zijn. Toch kwamen, na dat open-deur-beleid van de jaren '70, bij hen óók diverse sloten, dievenklauwen en ander hang- en sluitwerk aan deuren én aan ramen.

Heel toepasselijk is in dit licht de enige tegeltjeswijsheid die daadwerkelijk op een tegel bij ons hing:

De mens wikt, God beschikt.
Deze tegel hing er overigens niet om de spreuk, maar om het mooie tegeltje en ook een beetje om de ironie jegens de God waarin mijn ouders zeiden niet te geloven.

Koffie met koekjes

Eén keer per week is er hier doordeweeks een mis. Gewoon op woensdagochtend en daarna drinken we koffie. Nu zijn jullie natuurlijk hartstikke nieuwsgierig naar wat daar aan die koffietafel besproken wordt. Gaat het over de eerste lezing, het evangelie, de preek? Over de hostie die, onder invloed van de wijn, smelt op de tong? Of al 'weg' was vóór de wijn?

Of zijn zulke dingen onsprekelijk onbespreekbaar, onnoemelijk en onzegbaar?

Gaat het liever over de kwaliteit van de koffie, de aan- of juist de afwezigheid van de Mariakaakjes en de Jozefkoekjes?

Het gure novemberweer? De naderende Sinterklaas, alreeds voorafgegaan door Broeder Maarten en Aartsengel Michaël?

Inderdaad werd vanmorgen het hoe en waarom van de halve mantel die Sint Maarten weggaf besproken (hij gaf zijn eigen helft weg, de andere helft was eigendom van het leger, die kon hij dus niet weggeven). En dat er vele kindertjes langs de deuren zijn geweest terwijl er maar weinig kindertjes op vrijdag in de kerk naar h…