Doorgaan naar hoofdcontent

Zeven werken van barmhartigheid


Wie kan de zeven werken van barmhartigheid opnoemen? Lambik probeert daar achter te komen in 'De Zeven Snaren' uit 1967. Anno 2016 is barmhartigheid het onderwerp van een heilig jaar, uitgeroepen door paus Franciscus. Ook is het het thema van een bijeenkomst van de kerk voor kinderen.

De eerste twee lukken nog wel. De hongerigen voeden, de dorstigen laven...

'De naakten kleden, de zieken bezoeken, de vreemdelingen herbergen, de gevangenen bevrijden en de doden begraven', vult Bud aan (eigenlijk noemt hij het hele rijtje opnieuw op, want aan halve rijtjes doet hij niet door zijn autisme). Ik ben trots op hem en ga ervan uit dat hij goed heeft opgelet bij de vormselvoorbereiding.

's Avonds bij het naar bed gaan zegt hij 'Mam, zal ik je laten zien waar ik de zeven werken van barmhartigheid geleerd heb?'. Graag, zeg ik en verwacht dat hij aankomt met het vormselwerkboek.

'Dat komt van de heks van Suske en Wiske', zegt Bud en vist het exemplaar van 'De zeven snaren' uit de rij stripboeken op de plank.

Ik had kunnen weten dat ze in de kerk geen rijtjes meer leren, net zoals je op school geen 'Groningen Assen Zwolle' en 'mit nach bei zeit von zu' meer leert. Nu moet het allemaal sociaal zijn met samenwerken. Geen stampwerk.

In mijn achterhoofd hoor ik de stem van mijn oma - Zwolle, Assen, Meppel - zíj mopperde vroeger al dat wij dat niet meer leerden.

En de kerk gaat met haar tijd mee.

In 1967, het geboortejaar van deze strip, was men al de werken van barmhartigheid vergeten.



Maar de heks Anneke Tanneke kent als enige wèl de werken van barmhartigheid.




Zij had dan ook te maken met de verdwijning ervan.


Suske en Wiske hebben het probleem natuurlijk opgelost, back in 1967 (nummer 79).


En jij hebt ze onthouden? Vraag ik Bud. 'Ja, dat vond ik interessant'.

Lichtelijk verward blijf ik achter, en lees de strip van A tot Z. Wie wilde dat de werken van barmhartigheid in de vergetelheid raakten, en waarom? En hoe is het uiteindelijk opgelost?

Ik zal het niet verklappen voor als je het nog wilt lezen, maar bij Suske en Wiske komt het natuurlijk altijd goed.

Populair

Nest van een merel in de achtertuin, jonge vogels?

Een paar weken geleden kwam er een merel in onze tuin. Ze was druk bezig, blijkbaar met het bouwen van een nest. Gezellig. We hielden haar in de gaten om te kijken waar ze heen ging. Een kleine twee meter verderop, op een omgekeerde plantenschaal, was ze een nestje aan het bouwen!


Na een paar dagen zagen we haar niet meer. Het zou jammer zijn als ze weg was! Maar na een week was ze er weer. En ging op het nest zitten.
We lieten haar natuurlijk met rust, maar ik keek altijd even in het voorbijgaan in het nest. Ik bedoel, het zat pal naast de garagedeur, daar moest ik toch dagelijks langs! Bovendien heeft ze toch zelf dit plekje uitgezocht.

Tijdens het bouwen van het nest is er even een mannetje in beeld geweest, maar die heeft zich verder niet laten zien.


Inderdaad verschenen er eieren in het nest. Lichtblauwe, vier stuks.


Na een week kwamen de kuikentjes uit het ei, o wat een kleine bolletjes, net zo klein als de eitjes! Meteen was de merel vaker weg, om eten te zoeken.

Op een middag …

Waar een deur dichtgaat, gaat een raam open

Het is grappig hoe dingen kunnen gaan. Tenminste, als je er later de grap van inziet. Tegeltjeswijsheden zijn een soort kapstok waaraan je vanalles kunt ophangen. Maar het kunnen ook dooddoeners zijn. Zo is er deze 'wijsheid' die ik de laatste tijd vaak in de kerk heb gehoord: Als er een deur sluit in je leven, zet God vaak een raam open. 

Ik heb zelf geen hele diepe gevoelens bij deze tekst. Hij werd bij ons thuis niet gebezigd. Niet zeuren, wij doen niet aan dichte deuren, zou voor mijn ouders een toepasselijker spreuk geweest zijn. Toch kwamen, na dat open-deur-beleid van de jaren '70, bij hen óók diverse sloten, dievenklauwen en ander hang- en sluitwerk aan deuren én aan ramen.

Heel toepasselijk is in dit licht de enige tegeltjeswijsheid die wél daadwerkelijk bij ons op een tegel aan de muur hing:

De mens wikt, God beschikt.
Deze tegel hing er overigens niet om de spreuk, maar om het mooie tegeltje en ook een beetje om de ironie jegens de God waarin mijn ouders zeiden…