Doorgaan naar hoofdcontent

IJdelheid

Vandaag realiseerde ik me iets. Het begon al vanmorgen, toen ik kleren uitzocht. Dat is iets waar ik heel lang over kan doen. Het is eigenlijk ziekelijk want ik weet nu zo langzamerhand wel wat ik mooi vind en graag draag. Maar niets is goed, te jong of te ouwelijk, te informeel of te netjes. Of alles in combinatie met elkaar.

En hoeveel moeite ik ook doe om er mooi uit te zien, meestal voel ik me nog niet mooi. Verfomfaaid, of anders wel tuttig.

IJdelheid


Wikipedia meldt op de lijst van hoofdzonden:

Superbia, de Latijnse benaming voor hoogmoed of ijdelheid. Het wordt beschouwd als de ergste van de zeven zonden en eveneens de eerste: alle andere zonden komen uit superbia voort. Met superbia wordt het verlangen om belangrijker of aantrekkelijker te zijn bedoeld. 

IJdelheid leek mij altijd een zonde waar ik me nauwelijks in herkende (en ook niet zo'n erge zonde). Ik sta niet de hele dag voor de spiegel en besteed geen hopen geld aan mijn uiterlijk.

Maar ijdelheid betekent niet alleen dat je lang voor de spiegel staat of er altijd onberispelijk uitziet.
IJdelheid gaat ook over zelfhaat. Je haat het gezicht dat je ziet in de spiegel, de jeugdpuistjes, het overgewicht of de rimpels. Deze haat groeit snel en wordt in onze seculiere omgeving meer gevoed dan afgezwakt, want er valt een hoop geld te verdienen aan onzekere mensen.

En het gaat verder. Verder dan uiterlijk.

Je komt niet op voor een ander uit angst daarin alleen te staan. Je spreekt je misschien liever niet uit over je mening of bijvoorbeeld over je geloof. Je doet mee aan dingen die anderen ook doen, ook al zijn ze niet goed, omdat het je veiliger lijkt om erbij te horen. Als tiener voel je die druk extra en heb je meer kans dat je juist die dingen doet die je van God verwijderen. En niet alleen als je een puber bent.

Je herkent je eigen gaven niet maar je wilt hebben wat een ander heeft, zíjn zoals die ander. Jaloezie. Je bent verlegen en je haat die verlegenheid. Je gaat andere mensen haten die verlegen zijn. Je haat de bescheidenheid in jezelf en gaat die ook in anderen haten. Want alleen iemand met een grote mond zal het maken in dit leven. Toch?

IJdelheid is het je voortdurend druk maken over wat anderen van je vinden. Uiterlijk, maar ook qua gedrag. Qua geloof. Zodanig dat je bereid bent andere zonden te plegen om maar aardig gevonden te worden. 

Ik heb me vaak afgevraagd waarom ik me zo druk maak over mijn kleding (ik bedoel, wat hangt daar nu eigenlijk van af?). Ik hou mezelf voor dat het niet uitmaakt wat anderen van me vinden. Ik heb zelfs een doordachte kledingstijl ontwikkeld, waar ik me niet aan hou maargoed.

Maar je daar voortdurend mee bezig houden is ijdelheid.

Omdat je niet God op de eerste plaats zet.
Wat vraagt Hij eigenlijk van mij?



“Hoogmoed vervreemdt ons van elkaar; nederigheid bindt ons samen. Daarom is het zo essentieel om deze kunst te leren.” 


“Nederigheid kan zwak en passief lijken. Maar in feite is ze de sterkste kracht ter wereld.”

“(-) C.S. Lewis zei: ‘Nederigheid is minder aan jezelf denken, niet minder van jezelf denken.’”

(Citaten uit Zeven hoofdzonden onder de loep - eo)


Populaire posts van deze blog

Waar een deur dichtgaat, gaat een raam open

Het is grappig hoe dingen kunnen gaan. Tenminste, als je er later de grap van inziet. Tegeltjeswijsheden zijn een soort kapstok waaraan je vanalles kunt ophangen. Maar het kunnen ook dooddoeners zijn. Zo is er deze 'wijsheid' die ik de laatste tijd vaak in de kerk heb gehoord: Als er een deur sluit in je leven, zet God vaak een raam open. 

Ik heb zelf geen hele diepe gevoelens bij deze tekst. Hij werd bij ons thuis niet gebezigd. Niet zeuren, wij doen niet aan dichte deuren, zou voor mijn ouders een toepasselijker spreuk geweest zijn. Toch kwamen, na dat open-deur-beleid van de jaren '70, bij hen óók diverse sloten, dievenklauwen en ander hang- en sluitwerk aan deuren én aan ramen.

Heel toepasselijk is in dit licht de enige tegeltjeswijsheid die wél daadwerkelijk bij ons op een tegel aan de muur hing:

De mens wikt, God beschikt.
Deze tegel hing er overigens niet om de spreuk, maar om het mooie tegeltje en ook een beetje om de ironie jegens de God waarin mijn ouders zeiden…

Kleding kopen met autisme

Er is een tijd geweest dat ik bergen schattige baby- en peuterkleertjes had. Die tijd is voorbij. Ergens tijdens de basisschooljaren kreeg zoonlief Bud zo langzaamaan een eigen mening over zijn kleding.

Het begon ermee dat Bud, al op jonge leeftijd, knoopjes ging haten. Hij wilde geen overhemden, en toen hij op een leeftijd kwam waarop broeken geen elastiek meer hebben, toen vonden we de oplossing door een stukje stof over de knoop te naaien. We...? Ik dus.

Vanaf een jaar of twaalf, dertien moesten de kleuren eraan geloven. Alles moest zwart zijn.

Jarenlang waren we bij H&M geslaagd: die hadden een model broek dat, in een steeds grotere maat, jaren meeging.. Het was geen spijkerbroek, geen joggingbroek maar een gewone bróék. Ze hadden hem in geel, rood, groen en blauw. Via grijs en bruin kwam de overgang naar zwart. Gelukkig hadden ze diezelfde broek óók in het zwart.

Totdat meneer mij voorbij streefde qua lengte. Maatje 176 werd te kort.

Daar kwamen wij achter in september, toen…